Laatst verzorgde ik een lesdag binnen de module psychogeriatrische zorg voor verpleegkundigen. Tijdens de lesdag hebben we uitgebreid stilgestaan bij een delier. Ik liet de studenten een woordenweb maken op een flip over waarbij ze moesten nadenken over de risicofactoren voor het ontstaan van een delier, de symptomen van een delier, de gevolgen en de verpleegkundige interventies. Deze oefening heeft zoveel in zich. Studenten leren niet alleen over een delier maar ook over methodisch werken. Als zo’n woordenweb eenmaal op papier staat heb je  alle ingrediënten bij elkaar staan voor het formuleren van een verpleegkundige diagnose met de PES structuur. Ik kan je deze oefening zeker aanraden om eens met elkaar in een teamoverleg te doen.  In dit blog deel ik de belangrijkste uitkomsten van het woordenweb.

Delier

Een delier is verwardheid die optreedt als gevolg van één of meer lichamelijke problemen en/of het gebruik van medicijnen, alcohol of drugs. Ook als mensen langere tijd verdovende middelen hebben gebruikt en daar plotseling mee stoppen kan een delier ontstaan. Een bekend voorbeeld van een lichamelijke oorzaak van een delier is een urineweginfectie. Je ziet vaak bij kwetsbare ouderen dat zo’n infectie een delier tot gevolg kan hebben. Een delier ontstaat plotseling en is meestal van korte duur, denk aan enkele dagen of weken. Als je werkt met het zakboek verpleegkundige diagnoses dan vindt je een delier onder het probleem acute verwardheid.

Risicofactoren

Met risicofactoren wordt bedoeld factoren die een delier kunnen uitlokken. Er wordt een onderscheidt gemaakt in factoren die zorgen voor een verhoogd risico en factoren die een directe oorzakelijk verband hebben met een delier. Factoren die zorgen voor een verhoogd risico zijn de leeftijd (hoe ouder hoe meer kans op een delier), een eerder doorgemaakt delier, dementie, mensen die ADL afhankelijk zijn en mensen die problemen hebben met zien en horen. Factoren die een oorzakelijk verband hebben zijn lichamelijke problemen zoals koorts, infecties, zuurstoftekort, bloedarmoede en gebruik van medicijnen en bijv. narcose. Kwetsbare ouderen hebben veel verhoogd risicofactoren en daarom hoeft bij maar een klein lichamelijk probleem op te treden of ze kunnen een delier ontwikkelen.

Symptomen

De symptomen van een delier lijken op het eerste gezicht op de symptomen die voorkomen bij dementie of depressie. Namelijk cognitieve problemen, verminderde aandacht en gedragsproblemen. Door goed te observeren kun je een delier onderscheiden van dementie en depressie.

Er zijn drie vormen van een delier.

  1. Stil delier. Bij een stil delier zie je dat de cliënt apatisch is. Apatisch betekent dat de emoties zijn afgevlakt. Met cliënten in een stil delier is het moeilijk om contact te maken. Hij geeft korte of geen antwoord op vragen en is afwezig. Sommige cliënten met een stil delier hebben zo’n laag bewustzijn dat ze wegzakken of lijken te slapen. Een ander symptoom is dat de cliënt niet veel beweegt.
  2. Overactief delier. Bij een overactief delier is de cliënt onrustig en veel aan het bewegen. Ze trekken overal aan bijvoorbeeld een infuus of catheter wordt uitgetrokken. Cliënten kunnen zich angstig of geïrriteerd voelen. Cliënten met overactief delier kunnen niet goed slapen. Vooral nachtelijke onrust komt voor.
  3. Mengvorm van stil en overactief delier. Een mengvorm van delier komt het meeste voor. Bij deze vorm wisselen een stil delier en een overactief delier zich af. Vaak is de cliënt in de avond en nacht overactief/onrustig en in de ochtend suf (stil).

Kenmerken van een delier die je bij alle drie de vormen ziet is de aanwezigheid van wanen en hallucinaties. Wanen zijn bepaalde denkwijzen of overtuigingen hebben die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Bij Hallucinaties ziet, hoort, proeft, ruikt of voelt de cliënt dingen die er niet zijn. Met name visuele hallucinaties komen voor. Een ander kenmerk die bij alle drie de vormen voorkomt is plotselinge verwardheid.

Gevolgen

Een delier is heel ingrijpend voor de cliënt en zijn familie. In dit filmpje zie je hoe het moet zijn om een delier door te maken. Een delier levert vaak veel stress op waar de cliënt ook na het delier nog lang last van kan hebben. Mensen die een delier hebben doorgemaakt hebben een grotere kans ooit weer een delier te ontwikkelen. Tijdens het delier hebben mensen een grotere kans op vallen en ondervoeding. Ook wanneer een delier verholpen is zijn er mogelijke blijvende gevolgen zoals functieverlies of incontinentie.

Interventies

Interventies bij een delier bestaat uit drie aspecten:

  • Wegnemen van de oorzaak.
  • Eventueel medicijnen bij heftige symptomen.
  • Begeleiden van de cliënt en zijn naasten.

Het belangrijkste onderdeel is het wegnemen van het lichamelijke probleem dat de veroorzaker is van een delier. Dus als een cliënt een urineweginfectie heeft zal de arts antibiotica geven en vaak zie je dan binnen enkele dagen het delier verdwijnen. Het wegnemen van de oorzaak is een taak van de arts. Ook het voorschrijven van medicijnen is een taak van een arts. Al is hier wel voorzichtigheid geboden. Medicijnen hebben soms een averechts effect. Als verpleegkundige of verzorgende hebben we een belangrijke taak in het begeleiden van de cliënt en zijn naasten. De begeleiding bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Monitoren van het verloop van het delier. Hiervoor maak je gebruik van de DOSS (Delirium Observatie Screening Schaal). Deze vragenlijst moet in elke dienst (drie maal daags) ingevuld worden.
  • Voorlichting geven aan de cliënt en zijn naasten.
  • Zorgdragen voor een geschikte omgeving, bijvoorbeeld prikkelarm of juist wat prikkels aanbieden.
  • Zorgen voor een goed dag/nacht ritme.
  • Bewaken van een goede vocht en voeding inname.
  • Zorgen voor oriëntatie door bijvoorbeeld een klok en kalender op te hangen.
  • Beperken van vrijheidsbeperkende maatregelen, deze niet of zo min mogelijk toepassen want werkt averechts.
  • Overwegen of een katheter en/of andere lijnen zoals een infuus echt noodzakelijk zijn. Zo niet dan weghalen want die prikkel kan het delier verergeren en de cliënt gaat er mogelijk aan plukken.
  • Als een katheter of andere lijn echt nodig is probeer deze dan op zo’n manier langs het lichaam te leiden dat de cliënt er niet zomaar aan kan trekken. Je kunt eventueel een tweede nep lijn aanleggen op een plek waar de cliënt wel bij kan zodat hij daaraan kan trekken.
  • Naasten betrekken in de zorg, eventueel door ze bij de cliënt te laten verblijven (roaming in).

Heb jij nog andere tips voor de begeleiding van cliënten met een delier? Ik vind het leuk als je deze deelt door een reactie achter te laten in dit blog.

Vond je dit blog interessant? Wordt een volger van Krachtig Ouder. Ik houd je op de hoogte van nieuwe blogs én je ontvangt mijn magazine Florence, e-health gratis. Dat doe je door hieronder je e-mail adres in te vullen.

Liever een gedrukt exemplaar ontvangen? Vul dan hier je gegevens in.

(Visited 1.664 times, 1 visits today)