Gisteren had ik avonddienst op de Trauma-afdeling in Rijnstate. Nou ja trauma, deze afdeling is sinds een week in gebruik als een van de Corona-afdelingen van het ziekenhuis. Dat betekent dat er alleen patiënten liggen die Covid-positief zijn of een verdenking hebben op Covid, zoals te lezen is in de reden van opname. Daarnaast kan het natuurlijk wel zo zijn dat ze opgenomen zijn om een andere reden met daarnaast Corona of een verdenking.

Bezetting op Corona-afdeling
We werken in de avond met zes verpleegkundigen op een vleugel waar plek is voor 16 patiënten. Daarbij werken we gekoppeld, dus je leest met z’n tweeën de patiënten waar je die dienst voor zorgt. Deze dubbeling is nodig omdat de zorgvraag vaak hoger is dan gebruikelijk en doordat je continu moet omkleden vanwege de isolatie. Dan is het fijn dat wanneer jij ‘vast’ staat op de kamer, je collega dingen vanaf de gang kan aangeven die je nodig hebt. Of voor jou kan noteren wat bijv. de waardes zijn van de vitale functies die je meet. Ik ben deze avond gekoppeld met Nathalie, zij is gediplomeerd MBO-verpleegkundige en studeert momenteel bij ons op de HAN als vierdejaars voltijd student.

Nadat we de overdracht gedaan hebben met de collega’s van de dagdienst leg ik aan Nathalie uit dat ik oproepkracht ben van de afdeling geriatrie, naast mijn baan als docent verpleegkunde bij de HAN. Dat ik daarom niet zoveel klinische ervaring heb en aan zal geven als er iets is dat ik niet beheers. De collega die ons net heeft overgedragen vertelt dat dat voor haar ook zo is. Zij werkt normaal niet meer in de directe patiëntenzorg en heeft uit het verleden ervaringen met kraam en verloskunde. Ik vind het fijn te merken dat ik niet de enige ben voor wie het nieuw is. Al geldt dat het voor de ervaren collega’s van de afdeling soms net zo zoeken is. Dat komt de sfeer zeker ten goede. Iedereen is meer dan bereid uitleg te geven en er voor elkaar te zijn. Ook merk ik dat in het contact met bijvoorbeeld de artsen of medewerkers van de schoonmaak en vervoer.

Dit was voor mij de tweede dienst op een Corona-afdeling. De eerste dienst, twee weken geleden, was ik vooral onder de indruk van het vele omkleden en dus de isolatievoorschriften. De zorgzwaarte viel toen nog mee. Dat kwam denk ik nu, vooral omdat we toen voornamelijk Covid-verdachte patiënten hadden die achteraf geen Corona bleken te hebben. Dat is nu anders, het merendeel is Covid-positief. Wat ik gisteravond merkte is dat de situatie van iedere individuele patiënt even aangrijpend is. Ik zal een paar cliëntsituaties beschrijven die mij zijn bijgebleven.

Patiënten
Wij hadden de zorg over een man in de terminale fase, vanwege een andere ziekte, uit Brabant. Hij was bij ons in Arnhem opgenomen omdat er geen plek voor hem was in een ziekenhuis dichter bij huis. Ik maak aan het begin van mijn dienst kennis met zijn drie kinderen. We praten ook over de gekke situatie rondom Corona. Ze vertellen dat ze blij zijn dat ze in ieder geval met z’n allen bij hun vader mogen zijn. De ‘normale’ bezoek regels van de Corona-afdeling zijn dat er momenteel slechts één bezoeker per patiënt per dag mag komen. Maar in de terminale situatie kunnen we daarvan afwijken. De richtlijn is dan drie. Ik bedenk me hoe dit in een normale situatie zou gaan.

De kinderen vragen me wat ze zouden doen voor de nacht. Het liefst willen ze dat ik een inschatting maak hoe lang het nog zal duren. Want ja ‘we wonen niet om de hoek van het ziekenhuis’ zeggen ze, dus als de situatie verslechtert zijn we er niet direct. Een moeilijke keuze voor de familie. Een keuze die ze echt zelf moeten maken, wij kunnen geen indicatie geven. Later op de avond komt de uitslag van het Covid-onderzoek van deze man. Hij was als Covid-verdacht aangemerkt bij de opname maar blijkt geen Corona te hebben. Dan moeten wij als verpleegkundigen een keuze gaan maken. Laten we hem op de afdeling sterven of gaan we hem nog verplaatsen. Hij kan alleen bij ons blijven als het waarschijnlijk is dat hij diezelfde avond of nacht komt te overlijden of dat hij het vervoer niet aan kan. Met een paar collega’s praten we over de situatie. Ik herken elementen van hoe we studenten leren te praten over een ‘ethisch dilemma’. We besluiten de patiënt over te laten plaatsen.

Als meneer is overgeplaatst wordt de kamer schoongemaakt. Daarna wordt een andere patiënt aangemeld die ik ophaal vanaf de SEH. Deze man is vanmiddag alleen met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Het is een man van begin zeventig die geen medische voorgeschiedenis heeft. Nu is hij heftig ziek. Waarschijnlijk een longontsteking passend bij Corona. Of hij daadwerkelijk Corona heeft wordt nog onderzocht. Wanneer hij bij ons op de afdeling is vraag ik hem zijn vrouw te bellen. Ze is blij dat ze van hem hoort. Daarna bel ik haar op om wat meer uitleg te geven. Allereerst luister ik naar haar verhaal. Ze is begrijpelijk heel erg geschrokken van de situatie en was aan het wachten op nieuws uit het ziekenhuis.

Hij komt naar de afdeling met 7 liter zuurstof. Ik ben gewend dat mensen maximaal zo’n 2 of 3 liter zuurstof krijgen. Ik moet me dus even inlezen in het protocol en ik leer dat je vanaf 5 liter gebruik maakt van een zuurstofmasker in plaats van een zuurstof brilletje. Voordat ik naar huis ga controleer ik bij deze man nog even zijn saturatie. Deze is nog onder de streefwaarde van 94% en daarom bel ik de dienstdoende arts. Deze geeft me opdracht om de zuurstof te verhogen naar 9 liter.

Dit zijn twee situaties maar zo had ik nog wel meer kunnen uitschrijven. Bijvoorbeeld over een echtgenote van een patiënt die op bezoek kwam. De schoonmaak had woorden met haar gekregen omdat ze zich niet aan de voorschriften hield om het mondkapje op te houden. Onbegrijpelijk dat mensen zich daar niet aan houden. Of over de patiënt die overgebracht wordt door de ambulance naar Groningen. En een andere patiënt die in onze dienst te horen heeft gekregen dat hij inderdaad Corona heeft. Ik luister naar hem terwijl hij zijn angsten uitspreekt.

(Visited 505 times, 1 visits today)